Zienswijze Social Lab Waterstof

Er ligt een gemeenschappelijke uitdaging om de warmtevoorziening van de gebouwde omgeving CO2-neutraal te maken. Waterstof kan hier als klimaatneutraal gas mogelijk een rol in spelen, maar er zijn ook nog veel vragen.

Het social lab waterstof heeft op basis van een uitgebreide voorbeschouwing een zienswijze opgesteld met punten waar de regiegroep het in grote lijnen over eens is en waar nog de grote vraagtekens zitten. De eerste versie is in februari 2021 verschenen. Deze is in december van hetzelfde jaar geactualiseerd. 

Dit is nadrukkelijk geen eindconclusie, maar een tussenstand op basis van huidige inzichten in de groep. Het is bedoeld als voeding voor een bredere dialoog over de positie van waterstof in de gebouwde omgeving.

Input voor de dialoog

Overeenstemming

Dit zijn de punten waar de regiegroep het in grote lijnen over eens is:

  1. Waterstof in de gebouwde omgeving gaat over bestaande bouw (niet over nieuwbouw)
  2. Waterstof gaat een belangrijke rol spelen in de energietransitie
  3. Waterstof is belangrijk, maar het kan aardgas in de gebouwde omgeving niet een-op-een vervangen
  4. Niet gebruikte energie is de meest duurzame energie (i): zet in op isolatie
  5. Niet gebruikte energie is de meest duurzame energie (ii): zet in op efficiënte systemen
  6. Niet gebruikte energie is de meest duurzame energie (iii): houdt oog voor haalbaarheid
  7. Daar waar gasvoorziening nodig blijft is aardgas voorlopig het uitgangspunt 
  8. Waterstof voorlopig alleen in een beperkt aantal gecontroleerde praktijkprojecten
  9. De tijd zal het leren of en hoeveel waterstof er nodig is voor de gebouwde omgeving 
  10. Waterstof als voorkeursoptie betekent niet nu niets doen en afwachten
  11. Productie van waterstof via elektrolyse vergt verdere uitbreiding van wind op zee boven op de huidige plannen voor minimaal 11,5 GW in 2030.

In het synthese document is ieder punt afzonderlijk toegelicht. 

Vraagtekens

Hieronder de aspecten waarover inzichten en gedachten nog verre van eenduidig zijn. 

  1. Moet waterstof direct 'groen' te zijn of is er ook tijdelijk ruimte voor CO2-arme fossiele waterstof?
  2. Wat zijn de mogelijkheden voor bijmengen van waterstof in het aardgasnet? En is dit zinvol voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving?
  3. Gelet op wind- zoncondities en beschikbare ruimte, wat is het potentieel aan hernieuwbare energie in Nederland om in een toekomstige vraag naar waterstof te kunnen voorzien?
  4. Indien het binnenlands potentieel niet toereikend is, op welke termijn en in welke mate kan dan import van waterstof tot ontwikkeling komen? Tegen welke prijs en welke (duurzaamheids)voorwaarden?
  5. Hoe gaan we bij schaarste de beschikbare waterstof verdelen over de industrie, vervoer en de gebouwde omgeving?
  6. Zijn er voordelen in maatschappelijke kosten te bereiken door verdere hybridisering op wijkniveau? Denk bijvoorbeeld aan een all-electric strategie in combinatie met HWP op waterstof.
  7. Welke waarde kan waterstof brengen in de gebouwde omgeving als je het combineert met productie van elektriciteit (en warmte) in woningen of centraler in de wijk?
  8. Communicatie speelt een sleutelrol in de warmtetransitie. Wat is een goede manier voor feitelijke informatievoorziening aan relevante stakeholders, in het bijzonder aan burgers?
  9. Hoe zorgen we ervoor dat energievraag zo snel mogelijk wordt gereduceerd, los van de duurzame warmtevoorziening die uiteindelijk wordt gekozen?
  10. Welke (mix van) argumenten gaan doorslaggevend zijn voor keuzes, zowel voor politiek, bestuur als burgers? Wat bepaalt het draagvlak voor de ene of de andere oplossingsrichting? 

Dit overzicht van vragen is niet uitputtend. De vragen zijn in het document nader toegelicht.