Synthese Thematiek WaterstofLab

Er ligt een gemeenschappelijke uitdaging om de warmtevoorziening van de gebouwde omgeving CO2-neutraal te maken. Waterstof kan hier als klimaatneutraal gas mogelijk een rol in spelen, maar er zijn ook nog veel vragen.

Het WaterstofLab heeft op basis van een uitgebreide voorbeschouwing een synthese document opgesteld met punten waar de regiegroep het in grote lijnen over eens is en waar nog de grote vraagtekens zitten.

Dit is nadrukkelijk geen eindconclusie, maar een tussenstand op basis van huidige inzichten in de groep. Het is bedoeld als start van een bredere dialoog.

Download het synthese document Thematiek 'Waterstof in de gebouwde omgeving' hier. 

image

Input voor de dialoog

Zienswijze

Dit zijn de punten waar de regiegroep het in grote lijnen over eens is:

  1. Waterstof in de gebouwde omgeving gaat over de bestaande bouw, niet over nieuwbouw.
  2. Waterstof gaat een belangrijke rol spelen in de energietransitie.
  3. Waterstof is van belang maar niet een een-op-een vervanging voor aardgas in de gebouwde omgeving.
  4. Niet gebruikte energie is de meest duurzame energie; zet in op isolatie.
  5. Niet gebruikte energie is de meest duurzame energie; zet in op efficiënte systemen.
  6. Niet gebruikte energie is de meest duurzame energie; houdt oog voor haalbaarheid.
  7. Aardgas is voorlopig uitgangspunt in situaties waar een gasvoorziening nodig blijft.
  8. Waterstof voorlopig alleen in een beperkt aantal gecontroleerde praktijkprojecten.
  9. De tijd zal het leren of en hoeveel waterstof er nodig is in de gebouwde omgeving. 
  10. Waterstof als voorkeursoptie betekent niet nu niets doen en afwachten.
  11. De productie van waterstof via elektrolyse moet bij voorkeur gepaard gaan met verdere uitbreiding van wind op zee boven op de huidige plannen voor 11,5 GW in 2030.

In het synthese document is ieder punt afzonderlijk toegelicht. 

Vraagtekens

Hieronder de aspecten waarover inzichten en gedachten nog verre van eenduidig zijn. 

  1. Dient waterstof gelijk vanaf het begin “groen” te zijn of is er in een overgangsfase ook ruimte voor CO2-arme fossiele waterstof?
  2. Wat zijn de mogelijkheden voor bijmengen van waterstof in het aardgasnet, en kan dit een zinvolle bijdrage leveren aan verduurzaming van de gebouwde omgeving?
  3. Wat is het potentieel aan hernieuwbare energie in Nederland om in een toekomstige vraag naar waterstof te kunnen voorzien, gelet op wind- zoncondities en beschikbare ruimte?
  4. Indien het binnenlands potentieel niet toereikend is, op welke termijn en in welke mate kan dan import van waterstof tot ontwikkeling komen, en tegen welke prijs, en welke duurzaamheidsvoorwaarden?
  5. Hoe vindt verdeling van schaarste plaats indien er een behoefte aan waterstof ontstaat in de gebouwde omgeving naast een vraag naar waterstof in andere sectoren, zoals industrie en vervoer?
  6. Zijn er voordelen in maatschappelijke kosten te bereiken door verdere hybridisering op wijkniveau, dat wil zeggen door op wijkniveau een all-electric strategie te combineren met HWP op waterstof?
  7. Welke waarde kan waterstof brengen in de gebouwde omgeving als je het combineert met productie van elektriciteit (en warmte) in woningen of centraler in de wijk?
  8. Communicatie speelt een sleutelrol voor realisatie van de warmtetransitie, maar wat is een goede manier voor feitelijke informatievoorziening aan relevante stakeholders, met name aan burgers?
  9. Hoe zorgen we ervoor dat energievraagreductie zo snel mogelijk plaatsvindt ongeacht welke duurzame warmtevoorzieningsoptie uiteindelijk toegepast gaat worden?
  10. Welke (mix van) argumenten gaan doorslaggevend zijn voor keuzes, zowel voor politiek, bestuur als burgers; wat bepaalt het draagvlak voor de ene of de andere oplossingsrichting? 

Dit overzicht van vragen is niet uitputtend. De vragen zijn in het document nader toegelicht.